Niet eetbare Paddestoelen / Giftige Champignons

Mushroom poisoning, also known as mycetism / Mushroom hunting

Liste des champignons toxiques 

Liste der Giftpilze (noch unvollständig)

Siehe auch: Giftpilz, Pilzvergiftung

 

 

Aardappelbovist (Scleroderma verrucosum) licht giftig.

Deze knolvormige paddestoel wordt aangetroffen op hellingen, boomschors enz. Het 'kopje' is donkergeel of helder bruin, met korrelige vlekjes; als de paddenstoel ouder is, is het kopje bedekt met een laagje stof (sporen)

 

Baardige melkzwam (Lactarius torminosus) licht giftig

 

 

De hoed (5 tot 10 cm) is roze vleeskleurig met donker zoneringen. De hoedrand is aanvankelijk ingerold en heeft een lange franje. De lamellen zijn bleek roodachtig en iets aflopend. De kleur verandert niet bij druk of beschadiging.

De steel is iets lichter van kleur dan de hoed en is glad en later puntig gevlekt. Hij is hol en breekbaar.

Het vlees is witachtig en roze aan de randen. Het geeft een soort melk af, dat scherp en brandend is. De reuk heeft iets van terpetijn

 

Braakrussula (Russula emetica) flink giftig

 

De hoed (5 tot 11 cm) is kersrood tot bloedrood. Hij is aanvankelijk hoog gewelfd. Later plat hij af en verdiept zich soms. Meestal is het uiterlijk van de hoed dan onregelmatig. De opperhuid is aftrekbaar en droog glanzend. De lamellen zijn wit en staan vrij ver uiteen. Ze zijn dun. stijf en zeer breekbaar.

De steel is wit met een roodachtige zweem en wordt in een later stadium sponsachtig.

Het vlees is dun en wit. Eerst stevig en later bros. Onder de huid van de hoed is het roodachtig.

 

Cederhout russula (Russula Badia) flink giftig

 

De hoed (6 tot 12 cm) is bloedrood, bruinrood tot purperbruin. Hij is schotelvormig verdiept na uitgroei. De lamellen zijn fraai okergeel en geven bij wrijving een geur van cederhout af. De steel is stevig, hard en meestal rood aangelopen. Het vlees is wit en hard.

De reuk is die van cederhout. De smaak is heel apart. Eerst is hij heel scherp en daarna verzachtend tot mild, om vervolgens weer op te scherpen en zelfs te branden.

 

 

Carbolchampignon (Agaricus xanthoderma) één van de weinige zeer giftige

 

Agaricus-soorten.wordt soms verward met de weidechampignon. Door het eten van deze paddestoel, kunnen maag-darmstoornissen optreden. De hoed (4 tot 10 cm) is wit met donkerbruine schubben. Bij wrijving ontstaat er een gele kleur op deze plaats. De lamellen zijn roze om later te verkleuren naar donkerbruin.

De steel is hol hoofdzakelijk wit met gele plekken. De steelknol wordt bij het doorsnijden onmiddellijk chroomgeel. Dat gegeven kunt u gebruiken voor de herkenning.

Het vlees is wit en wordt spoedig geel als het aan de open lucht wordt blootgesteld.

Dennenbundelzwam (Galerina marginata) giftig bevat amanitines.

Zij heeft eenzelfde toxiciteit als de dodelijke Amanita phalloides

De intoxicatie verloopt analoog (toxische hepatitis).

 

Eikebladzwammetje (Collybia dryophila) licht giftig

 

 

De hoed (2 tot 6 cm) is dunvlezig, visbruin tot geelbruin tot roodbruin. In later stadium verkleurend naar bleekgeel.

De lamellen staan dicht opeen en zijn bleekgeel. Dit deel contrasteert sterk met de bruinrode of rossig gele kleur van de steel. De steel is glad en taai.

Het vlees is dun en waterig en gelig. De reuk ervan is fris, gelijkend op gezaagd hout.

 

Gele knolzwam (Amanita citrina) flink giftig

 

De hoed (5 tot 12 cm) is bleekcitroengeel met vele bleekbruingele velumresten, die bij het ouder worden meestal verdwijnen. De hoedrand is ongestreept.

De lamellen staan vrij van de steel en zijn veelal wit met iets geelachtigs.

De steel is wit tot bleekgeel. De basis heeft een scherp gevormde gerande knol, die vooral bij jonge exemplaren op valt.

De lange stelen worden omzoomd door gelige manchetten, die soms met de hoed blijven verbonden.

Het vlees is wit. Hij ruikt een beetje naar rauwe aardappelen. Dat is zeer typerend en vaak al op afstand waar te nemen.

 

Gewone aardappelbovist (Scleroderma aurantium) flink giftig

 

Het vruchtlichaam heeft de vorm en een beetje het uiterlijk van een aardappel vandaar ook de naam.

De kleur is lichtgeel tot donkerbruin. De dikke buitenlaag is bedekt met op wratten lijkende veldjes. Het vlees is aanvankelijk wit. Het verkleurt in later stadium tot donkerviolet en nog later naar zwart. In het laatste stadium barst deze bovist open en verspreidt dan de sporen.

De reuk is onaangenaam scherp, wat op radijs gelijkend.

 

Gewone krulzoom (Paxillus involutus) giftig

 

Het Paxillussyndroom, dat zelfs na jarenlang eten van Gewone krulzomen nog kan optreden, heeft soms een dodelijke afloop. De hoed (4 tot 15 cm) is glad en na een regenbui glanzend en slijmerig. Hij is roestbruin tot lederbruin van kleur. Het uiterlijk is eerst lang en gewelfd, later wordt hij trechtervormig. De rand is erg sterk ingebogen. De naam is daar ook deels aan ontleend. In later stadium vlakt de rand wat uit. De lamellen zijn geelbruin en laten gemakkelijk los van de rest van de hoed. Ze lopen naar de steel toe af.

De steel is stevig,  massief en kaal. Hij heeft de kleur en de vlekken van de hoed.

Het vlees is geelbruin. Bij druk en koken wordt het donkerbruin. De reuk is licht zurig.

 

Gewone zwavelkop (Nematology fasciculaire) flink giftig

De hoed (4 tot 7 cm) is aanvankelijk kegelvormig tot halfbolrond. Later vlakt hij af en verdiept dan zelfs enigszins.

De kleur is zwavelgeel tot oranjebruin in het midden. De lamellen staan dicht opeen en zijn zwavelgeel tot olijfgroen. Later verkleurend naar bruin tot violetbruin.

De steel is zwavelgeel tot roestbruin in een later stadium. Aan de top bevindt zich een kleine manchet. Het vlees is geel. De reuk is onaangenaam.

Gordijnzwammen (Cortinarius sp.) zeer giftig

telt talrijke soorten waarvan de determinatie zeer moeilijk is. Vermijd gordijnzwammen met een rode, paarse of oranje kleur. Sommige gordijnzwammen zoals de Cortinarius orellanus of de Cortinarius speciosissimus.

 

Groene knolamaniet (Amanita phalloides). Een uiterst giftige paddestoel, één van de giftigste ter wereld.

Hij heeft een geelgroene hoed, met soms een beetje bruin of wit, met donkere streepjes die vanuit het midden lopen. Deze hoed heeft witte plaatjes aan de onderzijde. De steel is wit met groenachtige strepen en heeft een witte, gestreepte ring. De knol zit soms onder de grond.

 

Grote kale inktzwam (Coprinus atramentarius) is eetbaar.

Maar bij inname van alcohol treden onaangename ziekteverschijnselen op.

 

 

Grote stinkzwam (Phallus impudicus) licht giftig

wordt gevonden in bossen en heeft een hoed in de vorm van een dobbelsteen, bedekt met een groenachtig slijm, dat zich in kleine holtes bevindt. Als vliegen dit slijm opeten wordt de hoed wit. De witte voet zit vol met gaatjes. De knol is zichtbaar. De Latijnse naam Phallus duidt erop dat het vruchtlichaam de vorm heeft van een mannelijk geslachtsorgaan.

 Kaalkopjes(Psilocybes)

zoals het puntig kaalkopje (Psilocybe semilanceata) en het blauwwordend kaalkopje (Psilocybe cyanescens) worden geplukt omwille van hun hallucinogene eigenschappen.

 

Kale inktzwam (Coprinus atramentarius) licht giftig

 

De hoed (tot 8 cm hoog) is eerst klokvormig en ziet er gegroefd uit. De kleur is witachtig grijs. In later stadium gaat de hoed iets uitstaan. Dan scheuren de randen vaak in. De lamellen staan dicht opeen. Ze zijn witgrijs van kleur en later inktachtig zwart. Ze worden dan enigszins vloeibaar. Overigens is de kleur variant afhankelijk. De steel (tot 15 cm hoog) is hol en witvezelig.

Het vlees is wit. De reuk is zwak, maar aangenaam.

 

Kroonbekerzwam (Sarcosphaera eximia) ook (Peziza coronaria) flink giftig

 

Het vruchtlichaam ligt eerst in de bodem verzonken. Het is een holle witte kogel, die later stervormig open splijt en onderwijl de aarde er om heen weg duwt. De kleur verloopt dan naar bleek oker. De binnenzijde van de beker (het kiemvlies) is levendig violet gekleurd.

Het vlees is hard en wit van kleur. Hij is vrijwel reukloos.

 

 

 

Lila dikvoet (Cortinarius traganus) licht giftig

 

De hoed (5 tot 13 cm) is lila tot bleekviolet en later roestbruin. Hij is fijnvezelig, splijterig en glanzend. De rand is ingebogen en tenslotte ingescheurd.

De lamellen zijn bruinrood tot saffraangeel. De steel is opvallend verdikt aan de basis. Hij is wollig vezelig door resten van de veluw. De kleur is in jonge toestand violet, later verbleekt hij.

Het vlees is geelbruin. De reuk is onaangenaam.

Panteramaniet (Amanita pantherina) zeer giftig

leidt tot een intoxicatie waar neuropsychische symptomen op de voorgrond treden.Dit toxisch ziektebeeld draagt de naam : pantherina-syndroom.De panteramaniet is veel giftiger dan de vliegenzwam.Beiden geven aanleiding tot een gelijkaardig ziektebeeld maar de panteramaniet kan convulsies (stuipen) veroorzaken.

Parasolzwammen (Lepiota)

Deze kleine, zeer toxische parasolzwammen (Lepiota) zoals de gegordelde parasolzwam (Lepiota brunneoincarnata), Lepiota helveola, de vaalroze parasolzwam (Lepiota subincarnata)... bevatten amanitine. kleiner dan 10 cm moeten als giftig of verdacht beschouwd worden.

Peperduivel (Russula sardonia) flink giftig

 

Het is een vrij zeldzame soort.

Deze soort en nog wat verwanten zijn oneetbaar ook al door de scherpe smaak. De reuk is fruitachtig. Het vlees is zeer scherp van smaak, zelfs brandend en verkleurt na enige tijd tot saffraanrood. Alle delen van de soort lopen al snel citroengeel aan. De smalle lamellen tranen vaak sterk. De steel is bijzonder hard en taai en breekt met een harde knal na sterke buiging.

 

Pepermelkzwam (Lactarius piperatus) licht giftig

 

De hoed (5 tot 20 cm) is kaal en glad, hoofdzakelijk wit tot iets gelig. Vaak zie je er bruine vlekken op. Hij is aanvankelijk gewelfd om later trechtervormig uit te diepen. De rand is lange tijd ingerold. De lamellen zijn smal en staan dicht opeen. Ze lopen naar de steel toe af. Ze zijn wit en in later stadium roomkleurig tot okergeel.

De steel is kort, dik en wit of geelachtig van kleur,

Het vlees is wit en breekbaar. Bij breuk verschijnt er een soort witte melk met een peperachtige smaak. De opdrogende melk wordt grijsgroen van kleur.

 

Porfieramaniet (Amanita porphyria) flink giftig

 

De hoed (5 tot 9 cm) is porfierbruin tot violet grauw. Hij is voorts dunvlezig. De rand is glad en heeft leigrijze tot grauw violette veluw resten.

De lamellen zijn wit en staan grotendeels vrij van de steel.

De steel heeft fijne schubben en ziet er daardoor wat getijgerd uit. Aan de onderzijde bevindt zich een grijsachtige kogelvormige knol, waarvan de bovenzijde de steel omsluit. De steel heeft een manchet met een geelwitte tot grauwviolette kleur. Deze manchet is enigszins hangend en voorts vluchtig. Het vlees is wit en violet onder de hoedhuid.

 

Pronksteelboleet (Boletus calopus) licht giftig

 

De hoed (3  tot 15 cm) is donkergroen bruin. Hij heeft een kussenvormig uiterlijk met onregelmatige rand en een ingebogen opperhuid.

Hij is vilterig en droog en vaak gespleten. De buisjes zijn eerst citroengeel en later groenig. Bij druk verkleuren ze wat naar blauw. De openingen zijn klein.

De steel is aan de basis knolvormig en karmijnrood. Het bovenste deel is gelig met een tekening in dezelfde kleur. Bij het ouder worden verbleekt dit deel.

Het vlees is wit tot geelachtig en krijgt een blauwzweem bij druk en doorsnijden. Die verkleuring verdwijnt weer snel. De reuk is onaangenaam.

 

Rossige melkzwam (Lactarius rufus) licht giftig

 

De hoed (4 tot 10 cm) is veelal droog en donkerroodbruin van kleur. De hoedrand is ongerold. In het centrum ontstaat al snel de karakteristieke bult.

In een later stadium verdiept de hoed, de bult blijft dan echter bestaan. De lamellen staan dicht opeen. Ze zijn aanvankelijk gelig wit en verkleuren later naar een donkerder kleur. Deze blijft echter altijd lichter dan de kleur van de hoed.

De steel is roze vleeskleurig en onregelmatig ruw. Hij is eerst massief, maar wordt in later stadium hol. Het vlees is bleek gelig bruin en dun. De reuk is harsig.

 

Ruwe stekelzwam (Sarcodon scabrosus) licht giftig

 

De hoed (5 tot 15 cm) is bruinroodachtig en heeft schubben van dezelfde kleur. Hij is eerst gewelfd en later is trechtervormig. De stekels zijn lichtgrijs en later wat bruin met een lichte top.

De steel is bruin en heeft een blauwzwarte basis. Dat is ook inwendig zo. Prima herkenningsteken!

Het vlees is bleekblauw en op breukplaatsen violet groen.

Satansboleet (Boletus satanas) zeer giftig

Deze lijkt in de verte op Eekhoorntjesbrood. Hij heeft vaalgeel vruchtvlees, wat een beetje blauw wordt, als je hem beschadigd; ruikt vies. Hij wordt gevonden in loofbossen. De hoed is dik en blauwgrijs, tot groenig en groot (tot een diameter van 30 cm). De onderkant van de hoed is geel, later rood. De steel is dik en kort als hij nog jong is; hij wordt langer en rood, met rode plaatjes.

Satijnzwam (Rhodophyllus sinuatus) zeer giftig

 

De hoed (6 tot 20 cm) is dikvlezig en heeft aanvankelijk een gewelfd centrum. Later vlakt hij grotendeels uit. De kleur is grijs met allerlei tinten van geel, bruin en rood. Hij is eerst vaak fijnvlokkig en later satijnachtig vezelig. De rand is eerst ingebogen en later vaal gegolfd tot onregelmatig.

De lamellen zijn lang en bleekgelig om vervolgens te verkleuren naar vleeskleurig tot roodachtig zalmkleurig. Ze zijn breed en uitgerand.

De steel is eerst stevig en massief. Later wordt hij voos hol. Hij is glanzend wit en aan de basis knolvormig verdikt en deels verbogen.

Het vlees is wit. De reuk en de smaak zijn onaangenaam en sterk meel- radijsachtig.

 

Schaapje (Lactarius vellereus) licht giftig

 

 

De hoed (10 tot 25 cm) is krijtwit tot okergeelachtig, Hij is hard en viltig, Al gauw ontstaat er een trechtervorm met ingerolde rand.

De lamellen zijn wit tot vuiloker en staan ver uiteen.

De steel is kort en stevig. Hij is meest wit van kleur en heeft een donzig uiterlijk.

De reuk heeft iets van aarde.

Vliegenzwam (Amanita muscaria) zeer giftig

Hij wordt aangetroffen aan het eind van het herfstseizoen onder berken en naaldbomen. De hoed is helderrood met witte stipjes, die er door de regen af kunnen gaan; kan wel een doorsnede bereiken van 20 cm. Onder de hoed zitten witte plaatjes. De steel en de voet zijn wit en eerstgenoemde bezit steeds een witte ring. Onderaan is de steel bolvormig, met karakteristieke plooitjes die net schubben lijken.

Voorjaarsamaniet (Amanita verna). Een zeer giftige soort paddenstoel.

De hoed met de plaatjes en de steel zijn steeds wit. De steel heeft ook een witte ring. De knol zit soms onder de grond.

 

Voorjaarskluifjeszwam (Gyromitra esculenta) zwaar giftig

 

De hoed is eerst roosbruin en in later stadium koffiebruin. Hij heeft een darm- of hersensachtige winding en is van binnen hol.

De steel is witachtig, vrij dun en nogal breekbaar. De reuk is aangenaam. Deze soort heeft nogal wat neven en nichten. Zo is er de reuzenkluifjeszwam (Gyromitra gigas), die naast groter (15 tot 20 cm hoog) wat vuilbruin van kleur is.

 

 

Witrode vezelkop (Inocybe patouillardii) zwaar giftig

 

De hoed (5 tot 9 cm) is kegel-klokvormig en spreidt zich later uit. Hij behoudt dan een centrale bochel. Hij is zijdeachtig met een vezelige structuur. De kleur is wit en later gelig. Naar het ouder worden toe ontstaat op de hoed een steeds duidelijker wordende steenrode tot bruinrode kleur. Door druk verkleurt hij naar rozerood vlekkend. De lamellen zijn wit of iets roze leemkleurig en in later stadium olijfbruin.

De steel is stevig en naar de basis toe wat verdikt en gekromd. Hij is vezelig gestreept. De kleur is eerst wit en deels volgens de kleur van de hoed.

Het vlees is wit en deels zwakroze in de hoed. Het vlees van de steel is altijd roze.

De reuk heeft iets van vruchten en in later stadium iets van tabak.

 

Zeepzwam (Tricholoma saponaceum) licht giftig

 

 

De hoed (5 tot 10 cm) is bultig en bolvormig. In later stadium enigszins uitgespreid en onregelmatig. De kleur is lichtblauwgroen maar erg variabel en kan daardoor verlopen naar grijsgroen tot bruingroen. De hoed is kaal tot iets vezelig-schubbig. Vaak zijn roodachtige vlekjes aanwezig op alle delen van de zwam. De lamellen zijn bleek tot groenachtig geel en vrij dik. Ze staan ver uiteen en zijn bij de steel uitgerand.

De steel is stevig met een bulkige onderzijde, meestal kaal of fijn vezelig en schubbig. De kleur is bleekbruin tot roze bruin. Aan de basis vaak roodachtig.

Het vlees is wit en enigszins rood aanlopend.

 

Zwartgroene melkzwam (Lactarius necator) licht giftig

 

De hoed (5 tot 20 cm) is olijfgroen tot zwartolijf. Hij is slijmerig en kleverig, De hoedrand is sterk ingerold en is erg viltig.

De lamellen zijn vuilgeel. Bij druk verkleuren ze naar een grauwe kleur.

De steel is kort en stevig en meest lichter van kleur dan de hoed. Hij heeft vaak kleine kuiltjes.

De reuk is harsachtig.

 

Zwavelridderzwam (Tricholoma sulphureum) zeer giftig

 

De hoed (4 tot 8 cm) is zwavelgeel en dunvezelig. Hij is glad en droog. De lamellen zijn zwavelgeel en nogal dik, Ze staan vrij ver uiteen en zijn afgerond. De steel is vrij lang en is zwavelgeel van kleur en is bezet met kleine bruine vezelige schubjes. Het vlees is zwavelgeel, maar in de steelbasis bruinachtig.

De reuk is zwaar en onaangenaam.

 

Zwartvoet krulzoom (Paxillus atrotomentosus) licht giftig

 

De hoed (8 tot 30 cm) is eerst fijnviltig en later kaal. De kleur is licht koffiebruin tot donkerbruin. De rand is duidelijk ingerold.

De lamellen zijn geelachtig en staan dicht opeen. Ze lopen af naar de steel toe.

De steel is kort, dik en stevig en wat excentrisch. De kleur donkerzwartbruin en heeft een fluwelige viltlaag. Het vlees is sappig. De reuk is zurig.

 

Heb jij nog een paddestoel of champignon die hier niet mag ontbreken?

Mail ons : Champignons@Nr1-site.com